Precies een jaar geleden stierf Hans van Mierlo. Zijn weduwe Connie Palmen gaf onlangs een interview aan Opzij over zijn dood en haar logboek van een onbarmhartig en onzalig jaar. Het verschijnt in november en ik zie er zo naar uit. In Opzij zegt ze het volgende over haar grote liefde.
x93Het was een kalme man. Veel meer onder controle [dan Ischa Meijer, red.], maar zeker niet zonder angsten. Hans ontroerde me erg. Ik kon ook na elf jaar nog in tranen uitbarsten als ik hem zag. Hoe hij liep, hoe hij de zolen van zijn schoenen versleet aan de buitenkant. Hoe weinig gewapend hij was, in tegenstelling tot ikzelf. Hoe onschuldig hij kon zijn.x94
Viel u daarop, vraagt de interviewer.
x93Tuurlijk. Bange mannen zijn de enige die de moeite waard zijn. AL die zelfverzekerde types, daar heb ik niets mee. Ik ben goed met bange mannen. Nog zox92n zin uit het logboek. Zoals je honden- en paardenfluisteraars hebt, ben ik een bangemannenfluisteraar. Ik word van de weeromstuit dapper als iemand nog banger is dan ik. En ik heb erover nagedacht waarvoor ik bang ben dus ik kan dan lekker gaan sleutelen aan de ander.x94
Een herkenbaar verlangen. Vandaag verscheen Het kind en ik, de onafgemaakte memoires van Hans van Mierlo met een inleiding van Connie Palmen. Ze beschrijft de grootse man in het legendarisch geworden verkiezingsfilmpje van D66 als volgt: x93Dat iconisch geworden beeld, die man in een ruim gevallen regenjas, de kraag opgeslagen, een verwoestend knap gezicht, een oogopslag waarin verlegenheid en zelfvertrouwen schijnbaar moeiteloos samengaan. Een acteur die niet kan liegen, en daarom niet kan spelen, zo iemand zie ik.x94
De memoires zijn onvolledig en dat is doodzonde. Van Mierlo beschrijft zijn ervaring van de Tweede Wereldoorlog met inachtneming van al het menselijke streven en onvermogen. Connie zegt dat hij net als alle ambitieuze mensen in zijn leven alles gedaan heeft waar hij als de dood voor was.
Het is bijna een jaar geleden dat Zwaan en ik een oneindige Keizersgracht afliepen, op weg naar de afscheidsbijeenkomst van een bange, grote man. Erna gingen we naar Eik en Linde, alwaar ik op een verkeerde manier kritisch bevraagd werd over HAFMO door mijn eigen bange man. Een jaar verder, ben ik niet veel wijzer, al het gefluister ten spijt. Maat K. heeft daarentegen grote vorderingen gemaakt. Na een jaar mannen van uiteenlopend allooi verkend te hebben, lijkt ze vandaag de liefde definitief te beklinken. Een soepel traject van minder dan een maand heeft haar alles gebracht wat ze ooit zocht. Ik moet er nog even aan wennen. Aankomende zomer is het vijftienjarig jubileum van onze vriendschap. Wij, maat K en ik, waren altoos kneuzen in de liefde. De bespreking van schermutselingen langs grachten in Amsterdam, op de bank op zondagavond, onderwijl luisterend naar pathetische muziek, vormde een wezenlijk kenmerk van ons bondgenootschap. Het is vreemd dat alles nu anders lijkt te worden. Het is alsof ze de overstap maakt naar een volwassen, normaal bestaan, terwijl ik nog precies zo ben zoals altijd. Volgens Zwaan willen wij andere dingen in het leven en is een dergelijk bestaan ons niet gegeven. Ze heeft gelijk, denk ik. Ons heeft een normaal bestaan nooit gepast. Op zoek naar bange mannen kom ik vooral mijn eigen angsten tegen.